EN 15614: 2007 - Prestatievereisten voor kleding die gedragen wordt tijdens het bestrijden van branden in natuurgebieden

EN 15614 pictogrammeBranden in natuurgebieden komen dikwijls voor in de zomer en duren vaak lang. De stralingswarmte kan hoog oplopen. Deze norm moet de ontwikkeling van metabolische warmte bij de brandweerman tijdens zijn opdracht beperken. Daarom moet de kleding licht en efficient zijn en mag ze geen heat stress veroorzaken.

Paragraaf 4 van deze norm omschrijft het design van het pak. Enkele voorbeelden:

  • Sluitingssystemen om te vermijden dat er brandende resten binnnedringen
  • De kraag moet rechtop blijven staan
  • Geen manchetten in tricot
  • Een sluitingssysteem dat de overgang van de zoom van de broek naar de laarzen overbrugt
  • Sluitingssysteem voor de mouwen

Paragraaf 5 schrijft voor dat het kledingstuk voor de certificatie (minstens 5 keer) gewassen moet worden in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. 

De test voor de bestendigheid tegen stralingswarmte wordt gedefinieerd in paragraaf 6.3 door de EN ISO 6942: 2002 met een warmteflux van 20kW/m².
De stof of de assemblage moet een RHTI24 hebben die hoger is dan 11 seconden en een RHTI24-RHTI12 reactietijd van minstens 4 seconden. 

Daarnaast worden ook alle onderdelen zoals badges en sluitingen gedurende 5 minuten getest op 180°C conform de ISO 17493.
Het naaigaren mag niet smelten op 260°C. 

De stoffen en de confectie moeten ook op mechanisch vlak voldoen aan verschillende criteria:

  • De buitenstof moet een trekbestendigheid hebben die hoger is dan 450 N volgens de ISO 13934-1 en een scheurbestendigheid die hoger is dan 20 N (ISO 13937-2).
  • De hoofdnaden moeten ook een weerstand bieden van minstens 225N (ISO 13935-2).

Daarbij komt dat de stof of de assemblage om een optimaal comfort te garanderen een thermische bestendigheid moet hebben van ≤0,055 m².K/W (EN31092) en een bestendigheid tegen waterdamp van ≤ 10m².Pa/W (EN31092) voor een groot ademend vermogen.  

Tot slot moet het kledingstuk minstens 0,13m² retroreflecterend materiaal bevatten (EN 471) of tenminste 0,2 m² als het materiaal gecombineerde eigenschappen heeft.